Mee met de zee
je bent niet nodig je bent er zomaar en niet altijd maar ook niet overbodig
en je moet niet maar je kan en je wil en je zal ooit wel eens, als een man
en je kapseist met al jouw vragen in de zee want je wilt met de golven mee en je kapseist met al jouw vragen in de zee neem me mee, neem me mee
ik ben nooit zeker altijd soms en af en toe ook met een frons
ik ben hier noch daar noch vals noch waar en nooit op tijd vertrekkensklaar
en ik kapseis met al m’n woorden in de zee en daar roepen ze allemaal nee en ik kapseis met al m’n woorden in de zee neem ze mee, neem ze mee
en we klotsen en we klagen en soms drijft ons dat uiteen maar we vragen en we polsen en zo deinen we weer bijeen
en we schroeven en we draaien we blokkeren en we maaien we snauwen, sleuren, steken tot we in duizend stukskes breken
en ik kapseis met al die brokken in de zee en op ’t gemakske zinken ze naar benee en jij kapseist met al ons tranen in de zee en rustig kabbelen zij met de stroming mee
ik ben niet nodig ik ben er zomaar en zal niet altijd en ook niet overbodig
en ik moet niet maar ik kan en ik wil en ik zal ooit wel eens, met een man
en jij ben niet zeker altijd soms en af en toe een beterweter
jij ben hier noch daar en vergeet altijd weer waar maar staat dan toch weer met een croissantje klaar
en jij kapseist met al jouw dromen in de zee en als een schelpje drijf je met de golven mee en ik kapseis met al mijn dromen in de zee en rustig deinen wij,
deinen wij verder
met z’n twee
